nov 022012
 

Boekbespreking van De Hollandse metropool. Ontwerpen aan de kwaliteit van interactiemilieus. Door Maurits de Hoog. Uitgeverij THOTH 2012.

Door Pieter Maessen
(Gepubliceerd op www.ruimtevolk.nl november 2012)

Het rijksbeleid voor de Randstad is officieel ten grave gedragen, maar het denken over de Nederlandse metropoolregio ligt gelukkig niet stil. In recent Duits onderzoek eindigt de Randstad overtuigend op plaats drie van de meest complete Europese metropoolregio’s, na Londen en Parijs, maar ruim voor Brussel, Milaan, Moskou, Frankfurt en al die andere grote Europese regio’s.

Het Duitse onderzoek is het uitgangspunt in een fraaie studie van Maurits de Hoog onder de titel De Hollandse Metropool. Hij ging op zoek naar de plekken waar onze metropoolregio zijn stedelijke hoogtepunten heeft.

Duitse index

Het Ruimtelijk Planbureau bracht een paar jaar geleden nog een studie uit onder de titel Vele steden maken nog geen Randstad. Die conclusie was gebaseerd op onderzoek naar woon-werkverplaatsingen en relaties tussen bedrijven. De Hoog volgt de benadering van Duitse onderzoekers, die stedelijke regio’s beoordelen op hun relevantie voor vijf factoren: politiek, economie, wetenschap, verkeer en cultuur. Op de Duitse index scoort Londen 100 en Parijs 97,9. De daaropvolgende sterkste metropoolregio is de Randstad met een score van 74,5.

Sleutelen

De Hoog is duidelijk gemotiveerd om de Randstad als metropoolregio op stuwen, want hij is op zoek gegaan naar mogelijkheden om eraan ‘te kunnen sleutelen’. De maakbaarheid van de metropool ligt op die plekken waar mensen veel activiteiten kunnen combineren en waar ze elkaar als vanzelf tegenkomen, dus in de ‘grootstedelijke interactiemilieus’. Wij denken daarbij al gauw aan bijvoorbeeld Piccadilly Circus of La Défense, maar De Hoog komt ook op heel andere plekken uit.

Hij inventariseerde in de Randstad eerst alle clusters op het gebied van ‘cultuur’, ‘congres’ en ‘kennis’. Die clusters zijn kleine eenheden met een interne loopafstand van vijf minuten. Vervolgens laat hij zien dat veel van die clusters, als je ze met elkaar kunt verbinden, grootstedelijke interactiemilieus (districten) vormen, zoals de omgeving van de Dam of de binnenstad van Den Haag. De Hoog maakt een uitgebreide typologie van die clusters en districten. Hij vindt namelijk dat de vakwereld te pas en te onpas woorden gebruikt als port en campus, terwijl de ruimtelijke dimensie daarvan heel uiteenlopende vormen kan aannemen

Zuidas

Uiteindelijk beschrijft hij vier bestaande interactiemilieus (omgeving Dam Amsterdam; binnenstad Den Haag; Uithof Utrecht; TU-wijk Delft) en zeven opkomende (binnenstad/Museumpark/Leuvehaven Rotterdam; stadshart Utrecht; Leidseplein-Museumplein, Oostelijke Binnenstad en Zuidas Amsterdam; Internationale Zone Den Haag en zeefront Scheveningen).

Dit is wel een opmerkelijk lijstje want wat hebben de Dam en de TU-wijk van Delft eigenlijk met elkaar gemeen? Het is dan ook geen volledige inventarisatie. Het is jammer dat De Hoog het onderzoek niet gericht heeft op de clusters van (hoofd)kantoren en internationale zakelijke dienstverlening. De Zuidas wordt nu behandeld als een aanhangsel van de RAI en de centrale kantoorgebieden van Den Haag en Rotterdam krijgen eveneens te weinig aandacht. Juist de kantorenmarkt is gevoelig voor de kwaliteit van interactiemilieus. Stedenbouwers zoekt naarstig een antwoord op de vraag welke combinatie van functies mogelijk is om van een verzameling saaie kantoorgebouwen, zoals op het Rotterdamse Weena, een levendige boulevard te kunnen maken.

Universiteitsstad

De studie roept ook andere vragen op. De Hoog komt tot de conclusie dat Den Haag, dankzij zijn onderzoeksinstituten en zijn campus van de Universiteit Leiden, al meetelt universiteitsstad. Wethouder Marnix Norder laat in hoog tempo studentenwoningen bouwen, maar van een studentenleven met tal van verenigingen en activiteiten is in Den Haag nog geen sprake. Ook stelt De Hoog vast dat Rotterdam verreweg de minste kennisinstellingen heeft, maar is dat erg wanneer de onderzoekcentra van Unilever en Shell en de TU-wijk vlakbij liggen?

Het valt op dat enkele van de elf (aanstaande) topmilieus maar een magere aansluiting op het openbaar vervoer hebben, iets wat op den duur niet vol te houden is. Ik denk daarbij aan de Utrechtse Uithof, het TU-gebied in Delft, de internationale zone van Den Haag en het zeefront van Scheveningen.

Wereldtentoonstelling

Voor De Hoog staat vast dat de Randstad als Hollandse Metropool werkelijk bestaat. Zijn boodschap is dat er veel te verbeteren valt aan de plekken waar die metropool zich zichtbaar manifesteert. Dat kan bijvoorbeeld door de openbare ruimte een facelift te geven en door musea en winkelstraten beter met elkaar te verbinden. Hij droomt aan het slot van zijn boek hardop over de impuls die uit zou gaan van Olympische Spelen in de Randstad. Maar liever nog zou hij er een wereldtentoonstelling houden, want die duurt langer en beklijft beter. Dat idee moet hij maar weer eens uit de kast halen wanneer we over een paar jaar weten dat de Spelen er toch niet gaan komen.

 

Share