Hoe Den Uyl en Rutte Nederland in het gelid proberen te krijgen.

 

Rond de tv-toespraak van Mark Rutte een maand geleden is vaak verwezen naar die van zijn voorganger Den Uyl tijdens de oliecrisis van 1973. Die rede is gemakkelijk te vinden op YouTube, maar alleen in een samenvatting van drie-en-een-halve minuut. In werkelijkheid sprak Den Uyl bijna vijf keer zo lang. Beeld en Geluid in Hilversum bewaart de volledige opname en die heb ik gebruikt voor dit artikel. Het is heel interessant om de inhoud, stijl en beelden van beide volledige toespraken en van de wekelijkse persconferentie van Rutte met elkaar te vergelijken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Door Pieter Maessen

Goedenavond,’ zo begint de minister-president. Het is zaterdagavond 1 december, twintig minuten over acht. Zijn toespraak wordt uitgezonden via alle twee de tv-zenders en alle drie de radiozenders. Niemand kan eromheen. Het was een koude dag geweest in Nederland, het vroor 4 tot 10 graden.

Nederland zit klaar. Het ziet Den Uyl met zijn grote leesbril aan een bruine tafel met twee microfoons. Hij draagt een driedelig grijs pak, een overhemd met blauwe streepjes en een blauwgrijze das. De mouwen van het overhemd zijn wat te lang voor die van het jasje. De achtergrond is een volstrekt neutraal grijsgroen gordijn. Soberder kan niet.

Hij leunt met zijn ellebogen op tafel, alsof hij een vergadering voorzit – alert, betrokken –, vouwt zijn handen onder zijn kin en leest voor van de papieren op zijn bureau. De tekst bevat hier en daar lange, complexe zinnen. Regelmatig kijkt hij het publiek aan in de camera.

De premier valt met de deur in huis en herhaalt nog eens wat het land te wachten staat: gisteren heeft de regering besloten dat benzine vanaf 7 januari alleen nog op de bon te krijgen is. Hij gebruikt daarmee een zegswijze, iets is op de bon, die toen iedereen nog uit de oorlog kende.

Eerst gaat hij in op de zorgen die mensen hebben over hun werk. Er is alle reden voor, ‘ook al moeten we ons hoeden voor overdrijving’. Geen paniek dus. Hij gaat uitleggen welke problemen ‘ons volk’ nu te wachten staan. ‘Ons volk’ hoor je Rutte niet meer zeggen.

Den Uyl bespreekt de wereldwijde energiecrisis en gaat uitvoerig in op de olievoorraden in Rotterdam. Die heeft de regering, zodra de problemen ontstonden, maximaal laten aanvullen, maar ook daarmee kan ons land het maar drie maanden uitzingen. Hij verwijst naar maatregelen die de regering al heeft opgelegd, vooral de autoloze zondagen die dan al een maand bestaan. Maar dat is lang niet genoeg. Zonder nieuwe maatregelen dreigt in maart een ‘noodsituatie’. Hij beweegt even met zijn armen en zegt dan staccato: ‘Daarom zijn die maatregelen onvermijdelijk geworden.’

Iedereen moet zijn olie- en gasgebruik verminderen, anders vallen de bedrijven stil: ‘Houdt u aan de 100km. maximum op de weg. Wees zuinig met elektriciteit. Zet de verwarming wat lager en eerder af.’ De regering wil het gebruik van elektriciteit voor niet noodzakelijke doeleinden afremmen, ‘denkt u maar aan de feestverlichting’.

Dan gaat hij op dezelfde nogal dwingende toon over op de internationale context. ‘Veel hangt af van de houding die de andere landen die lid zijn van de Europese Gemeenschap zullen aannemen. De regering maakt aanspraak op toepassing van de grondbeginselen van de Europese Gemeenschap. Die kan alleen functioneren als schaarse producten evenredig worden verdeeld. En de regering zal er in het internationale overleg met alle kracht op staan dat nu Europese solidariteit wordt getoond. Nu moet blijken wat de Europese Gemeenschap waard is.’ (Hoorden we die zin laatst niet ook vanuit Rome?)

Om te vervolgen maakt hij van zijn linkerhand een vuist, haalt diep adem en zegt: ‘Maar ik voeg er wel aan toe dat, ook wanneer nu die solidariteit wordt betracht, heel Europa en dus ook ons land toch de gevolgen van de oliecrisis zal ervaren. (…) Er zal eenvoudig minder te verdelen zijn.’ Europa is wel belangrijk, maar we staan er uiteindelijk alléén voor.

Dan verandert hij van thema en gaat over naar het ecologisch perspectief. ‘We moeten beseffen met elkaar dat we niet kunnen voortgaan met het verbruik van beperkte voorraden brandstoffen en grondstoffen zoals we dat in de laatste kwart eeuw hebben gedaan.’

De cameraman weet kennelijk wat er gaat komen, want hij heeft maximaal op de minister-president ingezoomd wanneer die de historische woorden uitspreekt: ‘Zo bezien keert de wereld van voor de oliecrisis niet terug. We zullen ons blijvend moeten instellen op een levensgedrag met een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie.’

Den Uyl is al ruim dertien minuten aan het woord, maar zijn strenge mimiek verandert nu hij het perspectief gaat schetsen van een soberder samenleving. ‘Ons bestaan zal veranderen. Bepaalde uitzichten vallen daardoor weg, maar ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger op te worden.’ Er verschijnt bij deze woorden zelfs een kleine glimlach op zijn gezicht en hij beweegt even ontspannen in zijn stoel. Toont de geboren calvinist Den Uyl hier opluchting dat hij een blijde boodschap van ingetogenheid en eenvoud kan brengen?

Nog is hij niet klaar. ‘De een lijdt meer onder de noodzakelijke beperkingen dan de ander. Dat is niet rechtvaardig, maar het is niet altijd te voorkomen.’ Den Uyl is er de man niet naar om in zoiets te berusten. ‘De regering bereidt een pakket aan maatregelen voor dat er vooral op is gericht om de werkgelegenheid zo goed mogelijk in stand te houden en de lasten eerlijk te verdelen.’ En hij spreekt de politieke mantra van zijn PvdA uit: ‘De zwaarste lasten op de sterkste schouders.’ Hoe dan? ‘Eind volgende week zal de regering aan het parlement een machtiging vragen om in 1974 bijzondere regels te stellen voor alle (dat woord spreekt hij met veel nadruk uit) inkomens. Voor lonen van werknemers, maar ook voor het salaris van de directeur. Voor de inkomens en de tarieven in de vrije beroepen en voor de salarissen van de ambtenaren. Voor alle inkomens. Voor huren, voor pachten, voor dividenden, voor tantièmes. Er komen bijzondere prijsvoorschriften. (…) Waar minder te verdelen valt, zal dat mindere ook gelijker moeten worden verdeeld.’

Ter afsluiting bereidt hij Nederland alvast voor op ongemakkelijke situaties wanneer straks de benzine op de bon is en de auto moet blijven staan. Dan zal iedereen moeten inschikken. ‘Die medewerking is ook nodig om, als we morgen of overmorgen niet meer met de auto kunnen, het samen te kunnen vinden in volle bussen, trams en treinen.’

Bij die laatste woorden pakt hij met een rustig gebaar zijn bril af, kijkt zijn landgenoten nog eens goed aan en komt met een pathetische slotzin. ‘Maar, als we dáártoe bereid zijn, dan wordt het geen koude winter, al vriest het nog zo hard.’ Hij kijkt nog één seconde in de camera en dan eindigt het beeld.

Den Uyl en Rutte vergeleken

Waar Rutte tien minuten nodig had voor zijn boodschap, eiste Den Uyl een ruim kwartier tijd van de kijker. Den Uyl zit voor het saaie gordijn, Rutte in zijn eigen oval office, dat hiermee een beetje het nationale kantoor wordt. Thorbecke kijkt over zijn schouder mee, et ziet er opgeruimd uit met ene paar boeken, een rijtje cd’s en een stijlvolle lambrisering.

Als we letten op de feitelijke inhoud van de toespraken, dan ontlopen Den Uyl en Rutte elkaar niet zo veel. Ze besteden de meeste tijd aan analyseren en uitleggen. Rutte behandelt zelfs drie scenario’s en neemt zo het publiek mee in zijn dilemma’s. Ook Den Uyl schetst wat er zou gebeuren (werkloosheid) als het kabinet niet zou ingrijpen. Waar Den Uyl een paar economische kerncijfers gebruikt om zijn verhaal te staven, verwijst Rutte uitdrukkelijk naar de wetenschap en naar RIVM-directeur Jaap van Dissel.

De benadering van de kijker is echter heel anders. Rutte richt zich veel meer rechtstreeks tot de kijkers terwijl Den Uyl van bovenaf uitlegt wat ‘de regering’ heeft besloten. Rutte vermijdt dat woord regering volledig. Hij spreekt steeds in de eerste persoon enkelvoud of meervoud, maar ‘we’ betekent bij hem soms het kabinet en op andere momenten ‘wij mensen in Nederland’.

De lichaamstaal is ook heel verschillend, hier is Den Uyl interessanter. Rutte zit strak in beeld met zijn handen al die tijd onbeweeglijk over elkaar op het bureau. Hij beweegt alleen zijn bovenlijf en hoofd voortdurend naar voren en achteren; hij komt naar de camera toe wanneer hij een accent wil plaatsen.

Den Uyl gedraagt zich natuurlijker, hij beweegt zijn armen, maakt een vuist, gaat verzitten en maakt een dramatische beweging met zijn bril. Dat alles helpt wel om de aandacht vijftien minuten vast te houden.

Intussen is het belang van de toespraak van Rutte op 16 maart (5,4 miljoen kijkers) al ruim ingehaald door zijn wekelijkse persconferenties, die ook al veel meer kijkers trekken (7,8 miljoen op 21 april). We zien dan een Rutte die, staand achter zijn spreekgestoelte, gebruik kan maken van zijn lichaamstaal.

Zijn tekst zit ook sluwer in elkaar. Hij roept een sfeer van verbondenheid op en geeft ruimte aan de mensen om zelf hun gedrag in te vullen. Dat zijn bekende manieren om intrinsieke motivatie op te roepen.

Ook is hij persoonlijk aanwezig, spreekt over zijn eigen worsteling en toont begrip voor het ongeduld van het publiek. De ondertoon is positief. Hij legt uit dat de samenleving nog lang niet verder open kan gaan, maar hij is zo handig om daar niet specifiek over te worden. Dus hij zwijgt (op 21 april) over de horeca en de kappers. Dat die nog niet mogen gaan functioneren, moeten de mensen zelf maar concluderen. En hij gaat juist heel diep in op het basisonderwijs, want hij moet het verzet van de onderwijsbonden breken en de onrust bij ouders wegnemen.

Kortom: de politieke communicatie heeft de afgelopen decennia grote sprongen gemaakt. Er wordt veel meer in geïnvesteerd en het staat op een hoger niveau: met wekelijkse persconferenties en met geraffineerde teksten die gebaseerd zijn op massapsychologische inzichten. Den Uyl deed dat met Fingerspitzengefühl¸ Rutte heeft een heel legertje adviseurs om zich heen. Dat neemt niet weg dat hij bijzonder goed in staat blijkt om al die adviezen te wegen en in de praktijk te brengen.

Ten slotte is het ook opmerkelijk hoe vluchtig de toespraken zijn. De olieboycot van december 1973 stelde al gauw niets meer voor. De benzinedistributie mislukte en anno 2020 is er nog steeds volop olie en gas.

De optredens van Mark Rutte hebben ook maar een houdbaarheid van een of twee dagen. De ene week gaat het vooral over groepsimmuniteit, dan weer over mondkapjes, daarna over protocollen en dan weer over het basisonderwijs. Dagkoersen. ‘We varen op zicht’, zegt hij steeds, de radar doet het niet. En de stuurman weet ook niet wat er in de verte gaat opdoemen.

Pieter Maessen is speechschrijver op EZK en LNV.
www.maessenweb.nl

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Share

Sorry, the comment form is closed at this time.